Het is aan te raden met de handleiding te beginnen na afdaling van de trap, om een val in de rivier te vermijden.

1/ Op de verlichte overloop :

 Tijdens het afdalen van de trap, had u ongetwijfeld de indruk een grot binnen te gaan ; in feite gaat het hier om een zeer smalle kloof, uitgesleten in een hard gesteente, bedekt met tientallen meters dikke opeenstapeling van ingestorte wanden en puin. Het is in deze galerijen, onder een gewelf , dat la Dranse haar erosie vervolgde. Het gewelf zit echter vol met kieren en scheuren ; in de loop van duizenden jaren is zij verweerd door het effect van doorsijpelen. De rotsblokken die u boven u ziet zijn de overblijfselen van het originele gewelf.

De rotsblokken achter U,die de kloof sluiten, zijn waarschijnlijk de overblijfselen van een zeer korte ondergrondse passage van de rivier.

Andere instortingen werden daaraan toegevoegd ; deze komen van de instorting van de Rocher de la Garde, aan het begin van de vallei.

Zonder twijfel heeft u, tijdens de lange afdaling naar de ingang, delen van deze rotsblokken bemerkt. Hier is weer een bos opgegroeid.

De kloof is dus, zo gezegd, het resultaat van het langzame erosie-proces van de rivier la Dranse de Morzine, die zich beetje bij beetje, een weg heeft gesneden in de rotsmassa. Dit heeft verscheidene duizenden jaren nodig gehad. Het meeste van haar vorm is echter ontstaan tijdens de afsmelting na de laatste ijstijd, toen gletsjers o.a. de Alpen bedekten. Op dat moment was de stroming veel sterker dan vandaag de dag. Dit verklaart de invloed van de erosie ; de kloof heeft een diepte van 60 meter ; van hier bent u 45 meter boven de rivier. Het niveauverschil tusssen de weg en de rivier bedraagt 120 meter. Het is de kracht van de stroming die deze enorme uithollingen, die u langs de wanden ziet, heeft gevormd. Het zijn voormalige draaikolken bestaande uit zand en keien die met hele hoge snelheid deze uithollingen hebben uitgeslepen. Men noemt ze “marmites de géants” – kolkgaten.

De rots waardoor la Dranse zich een weg heeft gebaand bestaat uit een vrij hard   marmerachtig gesteente ; grijs met witte aderen, maar de wanden zijn nu bedekt met een 2 -5 cm dikke laag kastanje-bruin en groene afzettingslaag, zogekleurd door zuren en metalen in het water.  Vroeger waren er rode en groene marmermijnen in La Vernaz – 2km van hier. Omdat dit een compact en hard gesteente is dat veel weerstand biedt, zijn de wanden zo gebleven en heeft de rivier ze vorm gegeven en tevens gepolijst. Op plaatsen waar het gesteente zwakker is, verweert ze door het effect van vorst en stroming. Het profiel van de kloof verwijdt zich dus, zoals u kunt constateren bij het omhoog lopen aan het einde van de rondleiding. De rivier La Dranse, die u volgt langs de weg, komt bij Bioge samen met la Dranse d’Abondance en la Dranse de Bellevaux ook wel Brevon genoemd, op 1 km stroom afwaarts van hier. Deze drie vervolgen gezamenlijk hun weg naar het meer van Genève en komen uit bij Vongy – in de buurt van Thonon.

De barrage van Jotty – 1km stroomopwaarts – houdt een groot deel van la Dranse de Morzine tegen, die wordt omgeleid door een tunnel en pijpleiding tot de electriciteitscentrale van Bioge.

 

2/ Aan de voet van de grote trap :

 Het enorme rotsblok dat een boog vormt boven de rivier la Dranse is ook een gevallen rots ; die heeft de naam “Le Pont du Diable” – de Duivelsbrug. Vroeger werd deze enorme rots door de bewoners gebruikt als oversteek tussen Jotty en

La Forclaz.

Ze namen het pad waarvan u nog de sporen ziet op de rots. Dit scheelde  hun een 4km lange omweg via de brug van Bioge. De Duivelsbrug werd gebruikt toen de eerste toeristische rondleidingen begonnen, dat was al in 1893.

Een platform vulde het ingestortte gedeelte op : het deed dienst als toegang tot de kloof alsmede om de rivier over te steken.

Men dankt de toeristische start in 1893 aan een timmerman uit de buurt die zichzelf had omgeschoold in toerisme door het installeren van trappen, waarvan u nog enkele overblijfselen ziet : de gesmede ijzeren leuningen en de uitgehouwen traptreden alsof ze door het water zijn uitgeslepen, zoals de kolkgaten tegenover u.

De installatie waar u nu op loopt dateert uit 1936 en 1951.

Vergeet niet, terwijl u oversteekt, naar boven te kijken, waar u het grootste deel het verbrokkelde gewelf ziet : het is een enorm rotsblok waarvan de Duivelsbrug zelf zich heeft losgemaakt en die op een gewicht geschat wordt van bijna 5.000 ton.

3/ Op de lage loopbrug :

 Net na het binnenkomen van de rivier la Dranse, vermindert deze opvallend van snelheid. Dit komt omdat de diepte hier ca. 6 meter bedraagt. Als de sneeuw smelt, kunnen de twee grote rotsblokken onder water komen en soms passeert het water boven deze loopbrug. Flinke waterstijgingen kunnen ook onstaan door hevige regenval zoals in september 1968, waardoor het waterniveau  tot zo’n 15 meter was gestegen. Toen heeft la Dranse de twee loopbruggen geheel vernield.

De groene kleur van het water buiten de aanwasperiode is te danken aan wildgroei van microscopisch klein mos, dit blijft hangen en zo zijn karakteristieke kleur aan bergmeren geeft, zoals Lac de Montriond aan de voet van Avoriaz of Lac de Vallon boven Bellevaux, om maar even twee voorbeelden in de regio te noemen.

U heeft zonder twijfel, het gewelf gevormd door de bomen boven de kloof, bewonderd. Het bos bestaat grotendeels uit beuken. Men vindt er ook enige esdoorns, elsen, essen en lindebomen.

Aan het einde van de rondeiling bemerkt u het grote verschil tussen de marmerafzettingen en de boven gelegen kalkzone, die minder bestendig is en daardoor – door snellere verwering en erosie – het beeld van het landschap sterk verandert.

 

PRETTIGE AFSLUITING VAN DE RONDLEIDING EN BEDANKT VOOR UW BEZOEK